Het is alweer bijna twee jaar geleden. Ik vertel het er maar meteen bij: ik ben in een weemoedige bui vandaag (weemoedig.. wat een heerlijk woord. Zo’n woord wat je eigenlijk nooit hardop zegt maar al schrijvend vat het alles samen. ‘Een zachte motregen van jammerlijkheid’ werd het ergens genoemd. Aaahh, zo mooi.). Afijn, mijn gemoed is dus in een zachttreurige stemming vandaag. En ik denk aan die idiote, maar ozo avontuurlijke, reis die ik met mijn gezin twee jaar geleden maakte. We reden met onze camper over land naar India. Van tevoren zag ik geen enkel probleem en dacht gewoon ‘dat doen we ff’. Als ik er nu op terug kijk dan verbaas ik me ‘wat ging er in vredesnaam in me om? Dat we dat gewoon hebben gedaan!!’
Zoals met veel dingen is het maar goed dat je niet alles van tevoren weet, anders begin je er waarschijnlijk niet eens aan. Niet dat het nou zo verschrikkelijk was, of gevaarlijk. Het was bovenal erg heftig en vaak ook stressvol. Echt elk moment is nieuw. Je omgeving is nieuw, de cultuur is nieuw, je hebt geen idee waar je slaapt straks, en of die plek dan veilig genoeg is (je bent toch met een peuter van twee jaar), of we wel op tijd brandstof konden krijgen, hoe we de camper deukvrij door dat debiele verkeer gingen loodsen, en ga zo maar door. Het contrast was dan ook groot met de tijden dat we een relaxte sta-plek hadden gevonden en daar een tijdje ongestoord konden luieren.
Op een van die plekken –en nu kom ik eigenlijk pas bij m’n punt- stond ik elke ochtend vroeg op, trok een broekje en een hemdje aan, stapte naar buiten, voelde het zachte zand onder m’n voeten, liep –mezelf nog uitrekkend- tien meter naar voren zodat ik dichter bij de zee was, ging op mijn handdoekje staan en begon met een serie zonnegroeten. Alleen de vissersboten verderop vertoonden enig teken van wakker menselijk leven, verder was iedereen nog in diepe rust. Aan het eind van mijn sessie, zittend, mediterend, werd dan mijn gezicht ineens warm en vanachter mijn gesloten oogleden zag ik een helder gouden licht. Geen verlichtingservaring helaas, maar het opkomen van de zon vanachter de palmbomen in de verte. Aaaahh (weemoedige zucht).
Wat een contrast met mijn yoga-ochtenden van afgelopen week. Door de kerstboom is er nóg minder plek in onze woonkamer. Mijn matje rol ik uit tussen de bank en de eettafel en terwijl ik al zittend mijn armen naar buiten strek, krassen de puntige bladeren van de yucca elephantipus over mijn handen. Bij de lage plank denk ik ‘wat voel ik toch?’ en zie vervolgens een piratenplaymobilpoppetje tussen mijn tenen uitsteken. De uitdaging wordt nog groter als mijn bijna-kleuter wakker wordt en lachend onder me door kruipt als ik in een hond sta. Ik ga onverstoord door en verwacht dat hij vanzelf weg gaat als ik overga in een cobra, maar ‘geplet worden’ is natuurlijk nog leuker, dus hij giert het nu uit. Aaaahh (de zucht gaat van weemoed naar lichte irritatie). Maar lang leve de menselijke geest, dus ik ga zitten, doe m’n ogen dicht en visualiseer het lege, uitgestrekte strand. Huh? Ineens zie ik een gouden gloed achter mijn oogleden. Ik doe mijn ogen langzaam open en zie mijn zoontje stralend naast de kerstboom staan. Waarvan hij net zelf de lampjes heeft aan gedaan.
Fijne feestdagen iedereen!







