We komen het grote, moderne gebouw binnen. In de hal staat een piano waar een man met witte schoenen een bekend klassiek stuk op speelt. De vloer geeft licht, verschillende kleuren, lichtrood, wazig geel en een dof blauw. Je kan zeven verdiepingen omhoog, en een brede trap omlaag. Daar gaan we heen. Naar beneden. Ik voel de verwachting in het handje van mijn zoontje. Of is die spanning van mezelf?
Cirkels, vol met boeken. Cirkels, met een trap in het midden waar je dan op kan klimmen en bovenin kan lezen. Cirkels, met een zacht, rond ligbed in het midden, je pakt een boek en ploft er op. Kinderboeken, wachtend op een meisje dat nooit kan stoppen met lezen als ze ’s avonds in bed ligt. Of op dat jongetje dat alles wil weten over vulkanen en de zee. Duizenden verhalen, opgetekend, opgeslagen voor de lezer die het avontuur aan wil gaan. Ik heb geen regressietherapie nodig, in een milliseconde ben ik terug in mijn kindertijd. Ik zie mezelf slepen met een zware tas vol met boeken. Elke twee weken weer. Inleveren, en dan het opwindende gedeelte: nieuwe boeken uitzoeken. Mijn bieb was niet zo mooi. Geen cirkels, geen zachte bedden, geen gekleurde lichten. Wel lange rijen, op alfabetische volgorde, met een B of een C op de kaft. Voor wie er geen weet van had waren het inderdaad zich herhalende, lange rijen met boeken. Ik wist wel beter. Het waren lange reizen naar magische werelden waar alles kon gebeuren. Herinneringen aan dingen die we vergeten waren, maar toch nog borrelde in ons onderbewuste. Maar ook een uitleg van de wereld om me heen: hoe zat dat toch met die sterren, en hoe kan het dat bomen hun bladeren verliezen? Hongerig was ik, begrijpen, weten, dromen en verwonderen.
Pas recent ervaarde ik dat mijn leesdrift ook een verslaving is. In het kader van een creatief-blokkade-oplos-proces ging ik de uitdaging aan om precies één week niet te lezen. Ook geen televisie en internet maar dat was niet zo moeilijk. Niet lezen was moeilijk. Als Casijn in z’n bedje lag en voor mij de rustige avond begon wist ik niet wat te doen. Ik zat op de bank en wilde een boek pakken. Of voor mijn part het huis-aan-huis-krantje of dat gratis 65+ campertijdschrift. Whatever, als ik maar iets kon lezen! Ik voelde me onrustig en stuurloos. Na een zeer ongemakkelijk en erg lang uur ging ik dan wat doen. Een brief of een column schrijven, ademoefeningen, oude platen luisteren, plaatjes uitknippen, een voetenbadje nemen en mijn teennagels lakken. Die week duurde lang (hoeveel dagen nog?), was extreem leerzaam en ik ervaarde dat lezen mij, behalve dat het me veel brengt, ook iets kost. Namelijk de tijd om mezelf (creatief) te uiten, het vermogen om iets uit me te laten komen in plaats van er iets ín te stoppen.
Die middag in de bieb interesseerde me dat allemaal geen zier. Samen met mijn kind verdwaalde ik tussen de boeken en we vergaten de tijd. Of nee, ík vergat de tijd. Casijn trok aan mijn mouw ‘mam, zo hebben we toch wel genoeg boeken? Ik wil met de lift heeeeelemaal naar boven’. En zo zette hij me weer met beide benen op de grond.







